EVC in verschillende varianten
Een EVC-traject kan verschillende doelen hebben. Zo kan het ingezet worden om te weten wat iemands mogelijkheden zijn, om te bekijken hoe iemands (werk)ervaring en competenties zich verhouden tot de formele diploma-eisen, of om binnen een organisatie groei-, inzet- en ontwikkelmogelijkheden van medewerkers in kaart te brengen. Die verschillende doelen brengen met zich mee dat er verschillende varianten zijn:
EVC op basis van een CREBO
Bij EVC op basis van een CREBO vormen de formele onderwijseisen de basis van de EVC-beoordeling. Het Ervaringscertificaat is qua inhoud voor een belangrijk deel gebaseerd op de eisen van een opleidingskwalificatie, de zogenaamde kerntaken en werkprocessen.
EVC op basis van een branchekwalificatie
Bij EVC op basis van een branchekwalificatie staan de eisen van de branche centraal. Diverse branches hebben uitgewerkt wat in hun sector verstaan wordt onder een vakbekwaam iemand. Die uitwerking staat centraal bij de EVC-beoordeling en -adviezen, zodat u precies weet hoe uw (werk)ervaring en competenties zich verhouden tot de eisen in de branche en u zicht krijgt op verdere groei- en ontwikkelmogelijkheden.
EVC op basis van een functieprofiel
Het kan wenselijk zijn om binnen een organisatie te weten wat er van een medewerker gevraagd wordt. In een EVC-traject op basis van een functieprofiel staat de functie centraal en worden de EVC-beoordelingen en -adviezen zó geformuleerd dat u er wat mee kunt binnen de functie waarop de EVC-procedure plaatsvindt.


